Permanente Orders PIT Federaal Handboek
FR

Handboek Geneesmiddelenindex

INDEX

Geneesmiddelenindex

De 34 producten die in het handboek vermeld worden, telkens met de betrokken protocollen.

De berekende waarden komen bij de tekst van het handboek, ze vervangen die niet. De gedrukte formule is bepalend.

Cardiologie & reanimatie10

Acetylsalicylzuur

ASA · Aspirine®, Aspégic®

OP 3Niet-traumatische pijnstilling
  • 1 A° NSAID IVL (indien geen ulcus en geen allergie voor ASA / Aspirine®)3. Verdenking van nierkoliek
OP 24Coronair syndroom
  • ASA (Aspirine® 160 tot 300 mg per os of Aspegic® 500 mg IVD) indien de patiënt geen salicylaten neemt en niet allergisch is voor aspirine3. Specifieke behandeling bij het coronair syndroom
OP 29CVA
  • Geen acetylsalicylzuur en geen anticoagulantia in de prehospitaalfase.Hoofding
  • Er bestaat geen specifieke prehospitaalbehandeling van het CVA. In het bijzonder: geen acetylsalicylzuur en geen anticoagulantia geven.4. Specifieke behandeling bij CVA

Adrenaline

Epinefrine · Adrénaline®, Lévorénine

OP 5Hypovolemische shock
  • ½ A° Epinefrine (Adrenaline® 1 mg) SC, zo nodig om de 5 minuten te herhalen.4. Specifieke behandelingen
OP 14Acute respiratoire insufficiëntie bij de volwassene
  • ½ A° Epinefrine (Adrenaline® 1 mg) SC3. Specifieke behandelingen
OP 15Acute respiratoire insufficiëntie bij het kind
  • Denk aan een oedeem van Quincke bij duidelijke allergische verschijnselen: Epinefrine (Adrenaline®) SC 0,01 ml/kg puur, max 0,3 ml, zo nodig herhaalbaar na 20 min3. Specifieke behandelingen
OP 19Quincke en anafylactische shock
  • Aërosol Levorenine (Adrenaline® amp 1 mg/1 ml): 1 mg in 4 ml NaCl 0,9 %3. Specifieke behandelingen
  • Bij hevige dyspneu: ½ A° Adrenaline® 1 mg SC of IM in de deltoïdeus, zo nodig te herhalen3. Specifieke behandelingen
  • Bij uitputting: 1 A° Adrenaline® 1 mg + 19 ml NaCl 0,9 %, 1 ml IVD om de 2 min toedienen tot verbetering; zo niet het intubatiemateriaal klaarleggen voor de MUG-arts3. Specifieke behandelingen
  • ½ A° Adrenaline® 1 mg SC, om de 5 minuten te herhalen3. Specifieke behandelingen
  • Zodra er een IV-weg is: 1 A° Adrenaline® verdund in 19 ml NaCl 0,9 %, 0,05 mg IVD toedienen en herhalen tot de pols voelbaar is3. Specifieke behandelingen
  • Spuitpomp met Adrenaline® verdund in 19 ml NaCl 0,9 %, 1 tot 10 mg/h3. Specifieke behandelingen
OP 20CPR asystolie / PEA volwassene
  • 1 mg EPINEFRINE (ADRENALINE®) IVDAlgoritme
  • Adrenaline® 1 mg IVD geven om de 4 min bij asystolie/PEA (om de 2 cycli)Aandachtspunten
OP 21CPR asystolie / PEA kind
  • EPINEFRINE (ADRENALINE®) 0,01 mg/kg IVD = 0,1 ml/kgAlgoritme
  • ADRENALINE® 0,01 mg/kg IVD geven om de 4 min bij asystolie of PEA (dus om de 2 cycli)Aandachtspunten
OP 22CPR VF/VT volwassene
  • 1 mg EPINEFRINE (ADRENALINE®) IVDAlgoritme
  • Bereidt 1 Adrenaline 1 mg / 4 minuten voorAlgoritme
  • Adrenaline® 1 mg IVD geven om de 2 schokken (dus om de 4 min)Aandachtspunten
OP 23CPR VF/VT kind
  • 0,01 mg/kg EPINEFRINE (ADRENALINE®) = 0,1 ml/kg IVDAlgoritme
  • Adrenaline® 0,01 mg/kg = 0,1 ml/kg IVD geven om de 2 schokken (dus om de 4 min)Aandachtspunten
OP 28Ritmestoornissen
  • Epinefrine (Adrenaline®) bij gebrek aan een pace of indien verantwoord (2 A° verdund via spuitpomp, debiet volgens de respons).3. Specifieke behandeling, te bespreken na doorsturen van het ECG

Amiodarone

Amiodarone · Cordarone®

OP 22CPR VF/VT volwassene
  • 300 mg AMIODARONE (CORDARONE®) IVAlgoritme
  • AMIODARONE HERHALEN BIJ VF/VTAlgoritme
OP 23CPR VF/VT kind
  • 5 mg/kg AMIODARONE (CORDARONE®) = 0,1 ml/kg IVDAlgoritme
  • 2,5 mg/kg AMIODARONE (CORDARONE®) = 0,1 ml/kg IVDAlgoritme

Atropine

Atropine · Atropine®

OP 20CPR asystolie / PEA volwassene
  • 3 mg ATROPINE® IVDAlgoritme
OP 21CPR asystolie / PEA kind
  • ATROPINE® 0,02 mg/kg IVD = 0,2 ml/kgAlgoritme
OP 28Ritmestoornissen
  • 1 A° Atropine® (0,5 mg/1 ml) IVD, indien geen glaucoom, 1 × te herhalen volgens de respons.3. Specifieke behandeling, te bespreken na doorsturen van het ECG
  • Is Atropine® niet werkzaam of is er hypotensie: na akkoord van de MUG-arts vasopressoren en plasmavervanger.3. Specifieke behandeling, te bespreken na doorsturen van het ECG
  • Zijn Atropine en vulling niet werkzaam: een transthoracale Pace plaatsen, in te stellen volgens de respons van de HF.3. Specifieke behandeling, te bespreken na doorsturen van het ECG

Labetalol

Labetalol · Trandate®

OP 29CVA
  • De BD zeer voorzichtig verlagen (Trandate® bolus 10 mg) na contact met de MUG-arts.4. Specifieke behandeling bij CVA

LMWH

Heparine met laag moleculair gewicht

OP 24Coronair syndroom
  • LMWH bespreken met de referentiearts3. Specifieke behandeling bij het coronair syndroom

Magnesiumsulfaat

Magnesiumsulfaat · MgSO₄®

OP 22CPR VF/VT volwassene
  • Magnesiumsulfaat (Magnesium sulfaat 1 g/10 ml = 1 A° MgSO₄®) mag gegeven worden bij hardnekkige VT/VF en bij torsades de pointes, of bij verdenking van een digitalisintoxicatie. Dosis: 2 g traag IV (1 min) om de 15 min.Aandachtspunten

Vasopressoren

Catecholaminen

OP 5Hypovolemische shock
  • Geen verbetering na 1 liter volume en BD < 90 mmHg: de vulling voortzetten en, na akkoord van de arts, vasopressoren starten in de door de MUG-arts voorgeschreven dosis tot een BD van 120 mmHg bereikt is.4. Specifieke behandelingen
  • Geen verbetering na 1 liter infuus en BD < 90 mmHg: de vulling voortzetten en, na akkoord van de arts, vasopressoren starten tot een BD van 120 mmHg bereikt is.4. Specifieke behandelingen
  • Blijft de BD < 90 mmHg: na akkoord van de arts vasopressoren volgens de aanwijzingen van de MUG-arts, tot een BD van 120 mmHg bereikt is.4. Specifieke behandelingen
OP 25Zwaargewonde + schedel
  • Geen verbetering: na akkoord van de MUG-arts vasopressoren overwegen1. Algemene maatregelen
OP 26Amputatie, verplettering, verscheuring
  • Geen verbetering na 1 liter volume en BD < 90 mmHg: de vulling voortzetten en, na akkoord van de arts, vasopressoren starten in de door de MUG-arts voorgeschreven dosis tot een BD van 120 mmHg bereikt is.4. Specifieke behandelingen
OP 27Open fracturen
  • Geen verbetering na 1 liter volume en BD < 90 mmHg: de vulling voortzetten en, na akkoord van de arts, vasopressoren starten in de door de MUG-arts voorgeschreven dosis tot een BD van 120 mmHg bereikt is.4. Specifieke behandelingen
OP 28Ritmestoornissen
  • Is Atropine® niet werkzaam of is er hypotensie: na akkoord van de MUG-arts vasopressoren en plasmavervanger.3. Specifieke behandeling, te bespreken na doorsturen van het ECG

Pijnstilling & sedatie8

Alizapride

Alizapride · Litican®

OP 2Pijnstilling bij trauma, volwassene en kind
  • Morfinomimeticum (bv. 1 A° Morfine 10 mg) aangevuld tot 10 ml met NaCl 0,9 %, 2 ml IVD, herhaalbaar om de 5 min tot de pijn gestild is + 1 A° Alizapride (Litican®) IVD (50 mg/2 ml)1. Volwassene
  • 1 A° Tramadol IVL (100 mg/2 ml) in 100 ml NaCl 0,9 % + 1 A° Alizapride (Litican®) IVD (50 mg/2 ml)1. Volwassene
  • Tramadol druppels 2 mg/kg per gift PO (1 druppel = 5 mg) + Litican® 2 mg/kg PO2. Kind
  • Morfinomimeticum (bv. 1 A° Morfine 10 mg) eenmalige dosis van 0,1 mg/kg traag IV over 3 tot 4 min — 1 A° 10 mg/ml + 9 ml NaCl 0,9 % → 0,1 ml = 0,1 mg + Litican® 2 mg/kg PO2. Kind
OP 3Niet-traumatische pijnstilling
  • 1 A° Tramadol IVL (100 mg/2 ml) in 100 ml NaCl 0,9 % + 1 A° Alizapride (Litican®) (50 mg/2 ml) IVD1. Niet-coronaire thoracale pijn
  • 1 A° Alizapride (Litican®) IVD bij misselijkheid en braken2. Buikpijn
  • 1 A° Tramadol IVL in 100 ml NaCl 0,9 % + 1 A° Alizapride (Litican®) IVD2. Buikpijn
  • Morfinomimeticum (1 A° Morfine 10 mg) aangevuld tot 10 ml met NaCl 0,9 %, 2 ml IVD, herhaalbaar om de 5 min tot de pijn gestild is + 1 A° Alizapride (Litican®) IVD3. Verdenking van nierkoliek
OP 4Brandwonden
  • Pijnstilling meteen, volwassene: 1 g Perfusalgan® IVL + morfinomimeticum (1 A° Morfine® 10 mg) verdund tot 15 ml, 1 ml (= 0,75 mg) / 10 kg + 1 A° Alizapride (Litican®) IVD3. Specifieke behandelingen
  • Pijnstilling meteen, kind: Perfusalgan® 15 mg/kg IVL (flacon = 10 mg/ml) + morfinomimeticum (bv. 1 A° Morfine® 10 mg) eenmalige dosis van 0,1 mg/kg traag IV over 3 tot 4 min — 1 A° 10 mg/ml + 9 ml NaCl 0,9 % → 0,1 ml = 0,1 mg + Alizapride (Litican®) 2 mg/kg IV of per os (1 A° = 50 mg/2 ml)3. Specifieke behandelingen

Butylhyoscine

Butylhyoscine · Buscopan®

OP 3Niet-traumatische pijnstilling
  • 1 A° Butylhyoscine (Buscopan®) IVD (20 mg/1 ml) bij krampende pijn2. Buikpijn
  • 1 A° Butylhyoscine (Buscopan®) IVD bij krampende pijn2. Buikpijn
  • 1 A° Butylhyoscine (Buscopan®) IVD3. Verdenking van nierkoliek

Morfine

Morfine · Morphine®

OP 2Pijnstilling bij trauma, volwassene en kind
  • Morfinomimeticum (bv. 1 A° Morfine 10 mg) aangevuld tot 10 ml met NaCl 0,9 %, 2 ml IVD, herhaalbaar om de 5 min tot de pijn gestild is + 1 A° Alizapride (Litican®) IVD (50 mg/2 ml)1. Volwassene
  • Morfinomimeticum (bv. 1 A° Morfine 10 mg) eenmalige dosis van 0,1 mg/kg traag IV over 3 tot 4 min — 1 A° 10 mg/ml + 9 ml NaCl 0,9 % → 0,1 ml = 0,1 mg + Litican® 2 mg/kg PO2. Kind
  • Altijd monitoring: ECG, SpO₂, BD, AH — en zuurstoftoediening bij een morfinomimeticum.3. Bewaking
OP 3Niet-traumatische pijnstilling
  • Morfinomimeticum (1 A° Morfine 10 mg) aangevuld tot 10 ml met NaCl 0,9 %, 2 ml IVD, herhaalbaar om de 5 min tot de pijn gestild is + 1 A° Alizapride (Litican®) IVD3. Verdenking van nierkoliek
OP 4Brandwonden
  • Pijnstilling meteen, volwassene: 1 g Perfusalgan® IVL + morfinomimeticum (1 A° Morfine® 10 mg) verdund tot 15 ml, 1 ml (= 0,75 mg) / 10 kg + 1 A° Alizapride (Litican®) IVD3. Specifieke behandelingen
  • Pijnstilling meteen, kind: Perfusalgan® 15 mg/kg IVL (flacon = 10 mg/ml) + morfinomimeticum (bv. 1 A° Morfine® 10 mg) eenmalige dosis van 0,1 mg/kg traag IV over 3 tot 4 min — 1 A° 10 mg/ml + 9 ml NaCl 0,9 % → 0,1 ml = 0,1 mg + Alizapride (Litican®) 2 mg/kg IV of per os (1 A° = 50 mg/2 ml)3. Specifieke behandelingen
OP 24Coronair syndroom
  • Morfine verdund tot 10 ml, 0,7 ml / 10 kg3. Specifieke behandeling bij het coronair syndroom
OP 26Amputatie, verplettering, verscheuring
  • Meteen morfinomimetica.4. Specifieke behandelingen
  • Geef de voorkeur aan synthetische morfinomimetica omwille van hun snellere werking en grotere flexibiliteit in vergelijking met morfine: bijvoorbeeld sufentanil (Sufenta®, 50 mcg/10 ml) aan 0,25 mcg/kg IVD om te beginnen (dus 1 ml per 20 kg geschat gewicht) en titreren volgens de klinische respons (onmiddellijk effect, pijnstillende piek rond 8/10 min).4. Specifieke behandelingen
OP 27Open fracturen
  • Meteen morfinomimetica.4. Specifieke behandelingen
  • Geef de voorkeur aan synthetische morfinomimetica omwille van hun snellere werking en grotere flexibiliteit in vergelijking met morfine: bijvoorbeeld sufentanil (Sufenta®, 50 mcg/10 ml) aan 0,25 mcg/kg IVD om te beginnen (dus 1 ml per 20 kg geschat gewicht) en titreren volgens de klinische respons (onmiddellijk effect, pijnstillende piek rond 8/10 min).4. Specifieke behandelingen

NSAID

Niet-steroïdale ontstekingsremmer

OP 3Niet-traumatische pijnstilling
  • 1 A° NSAID IVL (indien geen ulcus en geen allergie voor ASA / Aspirine®)3. Verdenking van nierkoliek

Paracetamol

Paracetamol / Propacetamol · Perfusalgan®

OP 2Pijnstilling bij trauma, volwassene en kind
  • 1 g Proparacetamol (Perfusalgan®) traag IV (15 tot 30 min)1. Volwassene
  • Paracetamol zetpil 15 mg/kg (100, 200, 350 mg)2. Kind
  • Paracetamol 15 mg/kg (tablet van 500 mg)2. Kind
  • Proparacetamol (Perfusalgan®) 15 mg/kg IVL over 15 tot 30 min2. Kind
OP 3Niet-traumatische pijnstilling
  • 1 g Proparacetamol (Perfusalgan®) traag IV (15 tot 30 min)1. Niet-coronaire thoracale pijn
  • 1 g Proparacetamol (Perfusalgan®) IVL (15 tot 30 min)2. Buikpijn
OP 4Brandwonden
  • Pijnstilling meteen, volwassene: 1 g Perfusalgan® IVL + morfinomimeticum (1 A° Morfine® 10 mg) verdund tot 15 ml, 1 ml (= 0,75 mg) / 10 kg + 1 A° Alizapride (Litican®) IVD3. Specifieke behandelingen
  • Pijnstilling meteen, kind: Perfusalgan® 15 mg/kg IVL (flacon = 10 mg/ml) + morfinomimeticum (bv. 1 A° Morfine® 10 mg) eenmalige dosis van 0,1 mg/kg traag IV over 3 tot 4 min — 1 A° 10 mg/ml + 9 ml NaCl 0,9 % → 0,1 ml = 0,1 mg + Alizapride (Litican®) 2 mg/kg IV of per os (1 A° = 50 mg/2 ml)3. Specifieke behandelingen
OP 7Convulsies bij het kind
  • Bij T° (frequente oorzaak van convulsies tot 4 jaar): uitkleden, lauw bad of bedekken met een natte doek, Paracetamol-zetpil 15 mg/kg per dosis, licht bedekt vervoeren.3. Specifieke behandelingen
OP 10Hyperthermie
  • 1 g Proparacetamol (Perfusalgan®) IVL4. Specifieke behandeling

Sufentanil

Sufentanil · Sufenta®

OP 26Amputatie, verplettering, verscheuring
  • Geef de voorkeur aan synthetische morfinomimetica omwille van hun snellere werking en grotere flexibiliteit in vergelijking met morfine: bijvoorbeeld sufentanil (Sufenta®, 50 mcg/10 ml) aan 0,25 mcg/kg IVD om te beginnen (dus 1 ml per 20 kg geschat gewicht) en titreren volgens de klinische respons (onmiddellijk effect, pijnstillende piek rond 8/10 min).4. Specifieke behandelingen
OP 27Open fracturen
  • Geef de voorkeur aan synthetische morfinomimetica omwille van hun snellere werking en grotere flexibiliteit in vergelijking met morfine: bijvoorbeeld sufentanil (Sufenta®, 50 mcg/10 ml) aan 0,25 mcg/kg IVD om te beginnen (dus 1 ml per 20 kg geschat gewicht) en titreren volgens de klinische respons (onmiddellijk effect, pijnstillende piek rond 8/10 min).4. Specifieke behandelingen

Tramadol

Tramadol

OP 2Pijnstilling bij trauma, volwassene en kind
  • 1 A° Tramadol IVL (100 mg/2 ml) in 100 ml NaCl 0,9 % + 1 A° Alizapride (Litican®) IVD (50 mg/2 ml)1. Volwassene
  • Tramadol druppels 2 mg/kg per gift PO (1 druppel = 5 mg) + Litican® 2 mg/kg PO2. Kind
OP 3Niet-traumatische pijnstilling
  • 1 A° Tramadol IVL (100 mg/2 ml) in 100 ml NaCl 0,9 % + 1 A° Alizapride (Litican®) (50 mg/2 ml) IVD1. Niet-coronaire thoracale pijn
  • 1 A° Tramadol IVL in 100 ml NaCl 0,9 % + 1 A° Alizapride (Litican®) IVD2. Buikpijn

Respiratoir4

Budesonide

Budesonide · Pulmicort®

OP 15Acute respiratoire insufficiëntie bij het kind
  • Aërosol met Salbutamol (Ventolin® inhalatieoplossing 0,5 %) 0,03 ml/kg max 1 ml met 4 ml NaCl 0,9 %, te herhalen. Budesonide (Pulmicort® 1 flapule 1 mg/2 ml) in aërosol.3. Specifieke behandelingen

Duovent

Fenoterol / Ipratropium · Duovent®

OP 14Acute respiratoire insufficiëntie bij de volwassene
  • Aërosol (Duovent® 1 flapule 4 ml), herhaalbaar, verdund in 1 ampul fysiologisch serum.3. Specifieke behandelingen
  • Bronchodilatatie: aërosol (Duovent® 1 tot 2 flapules), snel herhaalbaar3. Specifieke behandelingen

Methylprednisolon

Methylprednisolon · Solu-Médrol®, Solumédrol®

OP 5Hypovolemische shock
  • Overweeg Methylprednisolon (Solu-Medrol®) 125 mg IVD (vooral bij ademnood)4. Specifieke behandelingen
OP 14Acute respiratoire insufficiëntie bij de volwassene
  • Methylprednisolon (Solu-Medrol®) 125 mg IVD3. Specifieke behandelingen
OP 15Acute respiratoire insufficiëntie bij het kind
  • De aërosols herhalen + Methylprednisolon (Solu-Medrol®) 2 mg/kg IVD3. Specifieke behandelingen
OP 19Quincke en anafylactische shock
  • 1 A° Methylprednisolon (Solu-Medrol® 125 mg/flacon) IVD2. Algemene maatregelen
OP 25Zwaargewonde + schedel
  • Verdenking van ruggenmergletsel: Methylprednisolon (Solu-Medrol®) 30 mg/kg1. Algemene maatregelen

Salbutamol

Salbutamol · Ventolin®

OP 15Acute respiratoire insufficiëntie bij het kind
  • Aërosol met Salbutamol (Ventolin® inhalatieoplossing 0,5 %) 0,03 ml/kg max 1 ml met 4 ml NaCl 0,9 %, te herhalen. Budesonide (Pulmicort® 1 flapule 1 mg/2 ml) in aërosol.3. Specifieke behandelingen

Neurologie & metabool5

Benzodiazepine

Benzodiazepine

OP 24Coronair syndroom
  • Benzodiazepine per os bij angst3. Specifieke behandeling bij het coronair syndroom
OP 29CVA
  • Benzodiazepine per os bij angst4. Specifieke behandeling bij CVA

Droperidol

Droperidol · DHBP®

OP 9Agitatietoestanden
  • Medicamenteuze fixatie indien oncontroleerbaar: 1 A° Droperidol (DHBP®) 5 mg IM (A° van 5 mg/2 ml), eventueel samen met een fysieke fixatie2. Algemene maatregelen indien mogelijk

Hypertone glucose

Glucose

OP 1Bevalling
  • Na de uitdrijving: 1 A° Syntocinon® (10 eenheden/1 ml) in een infuus van 500 ml Glucose 5 %5. Zorg voor de moeder
OP 11Hypoglycemie
  • Infuus Glucose 5 % 500 ml2. Specifieke behandeling
  • 10 gram hypertone Glucose IVD inspuiten2. Specifieke behandeling
  • Bij onvoldoende ontwaken en/of dextro < 70 mg/dl na 5 minuten: 10 gram hypertone Glucose IVD inspuiten.2. Specifieke behandeling
  • Hypertone glucose: 0,2 g/kg traag IVD, verderzetten met een infuus Glucose 5 %2. Specifieke behandeling
  • Zo niet, 10 gram hypertone Glucose IVD inspuiten2. Specifieke behandeling

Lorazepam

Lorazepam · Temesta®, Temesta Expidet®

OP 6Convulsies bij de volwassene
  • ½ A° Lorazepam (Temesta® 1 A° = 4 mg/1 ml) IVD indien de aanval nog bezig is3. Specifieke behandelingen
OP 7Convulsies bij het kind
  • Lorazepam (Temesta® 4 mg/ml): 2 mg IR bij de zuigeling (< 1 jaar), 4 mg IR bij het oudere kind2. Algemene maatregelen
  • Bij een nieuwe aanval: Temesta® 1 × herhalen tot een maximale totale dosis van 8 mg2. Algemene maatregelen
  • Is er snel een infuus beschikbaar, dan mag Lorazepam (Temesta®) IVD gegeven worden in plaats van IR: 2 mg bij de zuigeling (< 1 jaar), 4 mg bij het oudere kind.2. Algemene maatregelen
OP 9Agitatietoestanden
  • Overheerst de angst en is de patiënt controleerbaar: Lorazepam (Temesta Expidet® 2,5 mg) 1 tablet2. Algemene maatregelen indien mogelijk
OP 26Amputatie, verplettering, verscheuring
  • Naargelang de klinische en psychische toestand van de patiënt: overweeg er een anxiolyse aan toe te voegen, bijvoorbeeld lorazepam (Temesta®, 4 mg/1 ml) in IVD-bolussen van 2 mg, of Temesta Expidet® PO.4. Specifieke behandelingen
OP 27Open fracturen
  • Naargelang de klinische en psychische toestand van de patiënt: overweeg er een anxiolyse aan toe te voegen, bijvoorbeeld lorazepam (Temesta®, 4 mg/1 ml) in IVD-bolussen van 2 mg, of Temesta Expidet® PO.4. Specifieke behandelingen

Naloxone

Naloxone · Narcan®

OP 13Bewustzijnsdaling en coma
  • Denk aan een opiaatintoxicatie (heroïne, …): Naloxone (Narcan®) 0,4 mg/1 ml in getitreerde dosis om de diagnose te bevestigen. Overweeg vooraf fixatie.2. Specifieke behandelingen

Infuusvloeistoffen & vulling3

Hartmann

Hartmann-oplossing

OP 4Brandwonden
  • Biologie, infuus met groot kaliber, zo mogelijk twee (1 L Hartmann). Denk aan de intraossale weg indien de 4 ledematen getroffen zijn.2. Algemene maatregelen
OP 8Elektrisatie
  • Biologie, infuus Hartmann 1 L4. Specifieke behandeling

NaCl 0,9 %

Isotone natriumchloride · Fysiologisch serum

OP 1Bevalling
  • Biologie, infuus met fysiologisch serum 500 ml2. Algemene maatregelen
OP 2Pijnstilling bij trauma, volwassene en kind
  • Morfinomimeticum (bv. 1 A° Morfine 10 mg) aangevuld tot 10 ml met NaCl 0,9 %, 2 ml IVD, herhaalbaar om de 5 min tot de pijn gestild is + 1 A° Alizapride (Litican®) IVD (50 mg/2 ml)1. Volwassene
  • 1 A° Tramadol IVL (100 mg/2 ml) in 100 ml NaCl 0,9 % + 1 A° Alizapride (Litican®) IVD (50 mg/2 ml)1. Volwassene
  • Morfinomimeticum (bv. 1 A° Morfine 10 mg) eenmalige dosis van 0,1 mg/kg traag IV over 3 tot 4 min — 1 A° 10 mg/ml + 9 ml NaCl 0,9 % → 0,1 ml = 0,1 mg + Litican® 2 mg/kg PO2. Kind
OP 3Niet-traumatische pijnstilling
  • 1 A° Tramadol IVL (100 mg/2 ml) in 100 ml NaCl 0,9 % + 1 A° Alizapride (Litican®) (50 mg/2 ml) IVD1. Niet-coronaire thoracale pijn
  • 1 A° Tramadol IVL in 100 ml NaCl 0,9 % + 1 A° Alizapride (Litican®) IVD2. Buikpijn
  • Morfinomimeticum (1 A° Morfine 10 mg) aangevuld tot 10 ml met NaCl 0,9 %, 2 ml IVD, herhaalbaar om de 5 min tot de pijn gestild is + 1 A° Alizapride (Litican®) IVD3. Verdenking van nierkoliek
OP 4Brandwonden
  • In alle gevallen, behalve bij brandwonden door lithium, natrium, kalium, magnesium of fosfor: « Cooling » met een diffuse straal volgens de regel van « 3 × 15 »: 15 minuten, op 15 °C, op 15 cm afstand. De getroffen oppervlakken bedekken met kompressen doordrenkt met fysiologisch serum of van het type Watergel®.2. Algemene maatregelen
  • Pijnstilling meteen, kind: Perfusalgan® 15 mg/kg IVL (flacon = 10 mg/ml) + morfinomimeticum (bv. 1 A° Morfine® 10 mg) eenmalige dosis van 0,1 mg/kg traag IV over 3 tot 4 min — 1 A° 10 mg/ml + 9 ml NaCl 0,9 % → 0,1 ml = 0,1 mg + Alizapride (Litican®) 2 mg/kg IV of per os (1 A° = 50 mg/2 ml)3. Specifieke behandelingen
OP 5Hypovolemische shock
  • Vulling NaCl 0,9 % 500 ml en plasmavervanger indien BD < 90 mmHg, te hernieuwen. De vitale parameters om de 250 cc of 5 minuten controleren4. Specifieke behandelingen
  • Vulling NaCl 0,9 % 500 ml en plasmavervanger 500 ml indien BD < 90 mmHg, te hernieuwen. De vitale parameters om de 250 cc of 5 minuten controleren4. Specifieke behandelingen
OP 6Convulsies bij de volwassene
  • Infuus NaCl 0,9 % 500 ml, behalve bij hypoglycemie (OP N°11)2. Algemene maatregelen
OP 7Convulsies bij het kind
  • Indien de aanval aanhoudt, zich herhaalt of er geen duidelijke verklaring is: biologie, infuus NaCl 0,9 % babybaxter minstens 100 ml2. Algemene maatregelen
OP 9Agitatietoestanden
  • Biologie, infuus 500 ml NaCl 0,9 %2. Algemene maatregelen indien mogelijk
OP 10Hyperthermie
  • Biologie, infuus NaCl 0,9 % 500 ml of meer naargelang het geschatte verlies2. Algemene maatregelen
OP 12Hypothermie
  • Biologie, infuus NaCl 0,9 % 500 ml2. Algemene maatregelen
OP 13Bewustzijnsdaling en coma
  • Infuus NaCl 0,9 % 500 ml2. Specifieke behandelingen
OP 14Acute respiratoire insufficiëntie bij de volwassene
  • Biologie + infuus 500 ml NaCl 0,9 %2. Algemene maatregelen
  • Aërosol (Duovent® 1 flapule 4 ml), herhaalbaar, verdund in 1 ampul fysiologisch serum.3. Specifieke behandelingen
OP 15Acute respiratoire insufficiëntie bij het kind
  • Biologie, infuus (te bespreken met de arts, want elke agitatie kan de decompensatie versnellen bij een kind op de grens) NaCl 0,9 % babybaxter minstens 100 ml, bij tekenen van uitputting (volgens SpO₂, AH, bewustzijn)2. Algemene maatregelen
  • Aërosol met NaCl 0,9 %, te herhalen bij zeer luidruchtige ademhaling, het kind kalmeren3. Specifieke behandelingen
  • Aërosol met Salbutamol (Ventolin® inhalatieoplossing 0,5 %) 0,03 ml/kg max 1 ml met 4 ml NaCl 0,9 %, te herhalen. Budesonide (Pulmicort® 1 flapule 1 mg/2 ml) in aërosol.3. Specifieke behandelingen
  • (40 mg + 9 ml NaCl 0,9 % = 1 cc = 4 mg)3. Specifieke behandelingen
OP 16CO-intoxicatie
  • Biologie, infuus NaCl 0,9 % 500 ml2. Algemene maatregelen
OP 17Drenkelingen
  • Biologie, infuus NaCl 0,9 % 500 ml4. Specifieke behandeling
OP 19Quincke en anafylactische shock
  • Biologie, infuus NaCl 0,9 % 500 ml2. Algemene maatregelen
  • Aërosol Levorenine (Adrenaline® amp 1 mg/1 ml): 1 mg in 4 ml NaCl 0,9 %3. Specifieke behandelingen
  • Bij uitputting: 1 A° Adrenaline® 1 mg + 19 ml NaCl 0,9 %, 1 ml IVD om de 2 min toedienen tot verbetering; zo niet het intubatiemateriaal klaarleggen voor de MUG-arts3. Specifieke behandelingen
  • Zodra er een IV-weg is: 1 A° Adrenaline® verdund in 19 ml NaCl 0,9 %, 0,05 mg IVD toedienen en herhalen tot de pols voelbaar is3. Specifieke behandelingen
  • Spuitpomp met Adrenaline® verdund in 19 ml NaCl 0,9 %, 1 tot 10 mg/h3. Specifieke behandelingen
OP 24Coronair syndroom
  • Biologie, minstens een infuus met fysiologisch serum2. Algemene maatregelen
OP 25Zwaargewonde + schedel
  • Biologie, infuus 500 ml NaCl 0,9 % (zo mogelijk 2 katheters, intraossale weg indien nodig)1. Algemene maatregelen
OP 28Ritmestoornissen
  • Biologie, infuus met fysiologisch serum2. Algemene maatregelen
OP 29CVA
  • Biologie, minstens een infuus met fysiologisch serum3. Algemene maatregelen
PRO 1Plaatsen van een infuus
  • Algemene regel = 500 ml NaCl 0,9 %3. Keuze van de vloeistof
PRO 3Tracheale uitzuiging
  • Zo vaak als nodig herhalen en de sonde telkens spoelen met steriel fysiologisch serum.2. Techniek
PRO 5Pneumothorax
  • Spuit 20 cc, fysiologisch serum 10 cc2. Materiaal
  • Zodra de lucht het fysiologisch serum in de spuit doet borrelen: de kraan draaien om de lucht af te voeren.3. Techniek
  • Zodra de lucht het fysiologisch serum in de spuit doet borrelen: de katheter ter plaatse laten en de naald en de spuit terugtrekken; de lucht onder druk laten ontsnappen. Een Heimlich-klep aanbrengen (of een steriele handschoenvinger, aan beide uiteinden doorboord).3. Techniek

Plasmavervanger

Colloïd

OP 5Hypovolemische shock
  • Vulling NaCl 0,9 % 500 ml en plasmavervanger indien BD < 90 mmHg, te hernieuwen. De vitale parameters om de 250 cc of 5 minuten controleren4. Specifieke behandelingen
  • Vulling bij het kind: plasmavervanger in bolus, 20 ml/kg, met evaluatie tussen de bolussen.4. Specifieke behandelingen
  • Vulling NaCl 0,9 % 500 ml en plasmavervanger 500 ml indien BD < 90 mmHg, te hernieuwen. De vitale parameters om de 250 cc of 5 minuten controleren4. Specifieke behandelingen
  • Vulling bij het kind: plasmavervanger in bolus, met evaluatie tussen de bolussen.4. Specifieke behandelingen
OP 19Quincke en anafylactische shock
  • Vulling (2 wegen) plasmavervanger 500 ml, herhaalbaar onder drukmanchet tot BD > 90 mmHg3. Specifieke behandelingen
OP 25Zwaargewonde + schedel
  • Bij BD < 90 mmHg of HF > 120/min: plasmavervanger 500 ml snel IV, zo nodig te herhalen1. Algemene maatregelen
  • Vulling bij het kind: plasmavervanger 10 tot 20 ml/kg IV in bolus1. Algemene maatregelen
  • Infuus: 14 G + vulling (plasmavervanger)2. Specifieke behandelingen
OP 26Amputatie, verplettering, verscheuring
  • Vulling met plasmavervanger indien BD < 90 mmHg, te hernieuwen. De vitale parameters om de 250 cc of 5 minuten controleren.4. Specifieke behandelingen
  • Vulling bij het kind: plasmavervanger in bolus, 20 ml/kg, met evaluatie tussen de bolussen.4. Specifieke behandelingen
OP 27Open fracturen
  • Vulling met plasmavervanger indien BD < 90 mmHg, te hernieuwen. De vitale parameters om de 250 cc of 5 minuten controleren.4. Specifieke behandelingen
  • Vulling bij het kind: plasmavervanger in bolus, 20 ml/kg, met evaluatie tussen de bolussen.4. Specifieke behandelingen
OP 28Ritmestoornissen
  • Is Atropine® niet werkzaam of is er hypotensie: na akkoord van de MUG-arts vasopressoren en plasmavervanger.3. Specifieke behandeling, te bespreken na doorsturen van het ECG
  • Transthoracale Pace (zie Procedure N°6), in te stellen volgens de respons van de HF en de BD, en vullen met plasmavervanger 500 ml volgens de BD3. Specifieke behandeling, te bespreken na doorsturen van het ECG

Diversen4

Cyanokit

Hydroxocobalamine · Cyanokit

OP 4Brandwonden
  • Bij inhalatie van dampen of rook: halfzittende houding, O₂ 15 l/min via non-rebreathing masker. Bij verdenking van cyanide-intoxicatie: Cyanokit toedienen.2. Algemene maatregelen
OP 16CO-intoxicatie
  • Bij verdenking van cyanide-intoxicatie: Cyanokit toedienen2. Algemene maatregelen

Oxytocine

Oxytocine · Syntocinon®

OP 1Bevalling
  • 1 A° Syntocinon® (10 eenheden/1 ml), verdund in 10 ml5. Zorg voor de moeder
  • Na de uitdrijving: 1 A° Syntocinon® (10 eenheden/1 ml) in een infuus van 500 ml Glucose 5 %5. Zorg voor de moeder

Watergel

Hydrogelverband · Watergel®

OP 4Brandwonden
  • In alle gevallen, behalve bij brandwonden door lithium, natrium, kalium, magnesium of fosfor: « Cooling » met een diffuse straal volgens de regel van « 3 × 15 »: 15 minuten, op 15 °C, op 15 cm afstand. De getroffen oppervlakken bedekken met kompressen doordrenkt met fysiologisch serum of van het type Watergel®.2. Algemene maatregelen