Handboek › Omgeving & intoxicaties
Drenkelingen
Verdrinking en bijna-verdrinking: veiligheid, as hoofd-hals-romp, steeds hospitalisatie ook bij schijnbaar ongedeerde slachtoffers.
1. Toepassingsgebied
Betreft slachtoffers van verdrinking (in hartstilstand uit het water gehaald) of bijna-verdrinking (levend uit het water gehaald).
2. Algemene maatregelen
- De interventieplaats beveiligen. Passende versterking oproepen.
- Het slachtoffer uit het water halen met respect voor de as hoofd-hals-romp
- Halskraag
- Primaire evaluatie
- Overweeg de MUG op te roepen
3. Fysiopathologie
- Primaire verdrinking: verstikking door inademing van water
- Secundaire verdrinking: larynxspasme of hydrocutie
4. Specifieke behandeling
4.1. Schijnbaar « ongedeerde » bijna-drenkeling: altijd hospitaliseren
- Risico op ionenstoornissen of ademhalingsproblemen. Bewaking gedurende 24 uur.
4.2. Symptomatische bijna-drenkeling
- Zuurstof: O₂ 15 l/min via non-rebreathing masker
- Uitkleden en afdrogen + reddingsdeken in een verwarmde ziekenwagen
- Monitoring (ECG, BD, AH, SaO₂, dextro, T°)
- Opsporen van bijkomende letsels
- Biologie, infuus NaCl 0,9 % 500 ml
- Is er een indicatie voor luchtwegbeheer, wacht dan zo mogelijk op de MUG (risico op VF door de onderkoeling, idem voor het uitzuigen)
4.3. Drenkeling
- CPR (OP N°20 tot 23), rekening houdend met de eventuele onderkoeling