Hypovolemische shock
Circulatoire shock van niet-traumatische oorsprong: herkennen van de shocktekenen en oriëntatie naar de vier beelden (hypovolemisch, obstructief, distributief, cardiogeen).
De berekende waarden komen bij de tekst van het handboek, ze vervangen die niet. De gedrukte formule is bepalend.
1. Toepassingsgebied
Betreft patiënten met tekenen van circulatoire shock van andere dan traumatische oorsprong.
2. Prioriteiten
- ABC
- Herkennen van de shocktekenen: perifere hypoperfusie (hypotensie, tachycardie, tachypneu, bleekheid, cyanose, marmering, filiforme pols), weefselanoxie (verwardheid, coma, agitatie, epileptische aanval, myocardischemie, longoedeem). Zoeken naar een bloeding.
- Is de pols < 50 of > 150: de ritmestoornis behandelen (OP N°28 toepassen)
3. Algemene maatregelen
- Primaire evaluatie. Anamnese: inwendige bloeding, aanwijzingen voor een allergische reactie, hoge temperatuur, dehydratatie.
- Monitoring (ECG, BD, SpO₂), O₂ 15 l/min via non-rebreathing masker
- MUG-versterking vragen via Centrum 100
- Biologie, infuus (twee toegangswegen met groot kaliber).
- Bij bewusteloosheid: aangepast luchtwegbeheer starten (Procedure N°2). Bij hartstilstand: OP N°22 of 24 toepassen.
4. Specifieke behandelingen
4.1. Shocktekenen zonder gestuwde halsvenen en zonder longcrepitaties
- Zoeken naar een inwendige of uitwendige bloeding, braken, maag-darmbloeding, diarree, droge huid
- Patiënt in rugligging met de benen omhoog (indien mogelijk en verdragen…)
- Vulling NaCl 0,9 % 500 ml en plasmavervanger indien BD < 90 mmHg, te hernieuwen. De vitale parameters om de 250 cc of 5 minuten controleren
- Geen verbetering na 1 liter volume en BD < 90 mmHg: de vulling voortzetten en, na akkoord van de arts, vasopressoren starten in de door de MUG-arts voorgeschreven dosis tot een BD van 120 mmHg bereikt is.
- Vulling bij het kind: plasmavervanger in bolus, 20 ml/kg, met evaluatie tussen de bolussen.
4.2. Shocktekenen met gestuwde halsvenen, zonder longcrepitaties
- Zoeken naar een tracheadeviatie of het ontbreken van ventilatie van één long
- Houding van de patiënt: zittend of halfzittend
- Zuurstoftherapie: 15 l/min via non-rebreathing masker 100 %
- Luchtwegbeheer voorbereiden.
- Vulling NaCl 0,9 % 500 ml en plasmavervanger 500 ml indien BD < 90 mmHg, te hernieuwen. De vitale parameters om de 250 cc of 5 minuten controleren
- Vulling bij het kind: plasmavervanger in bolus, 20 ml/kg, met evaluatie tussen de bolussen.
- Verergert de ademnood onder behandeling: de ademgeluiden controleren. Zijn ze aan één zijde afwezig, denk dan aan een spanningspneumothorax (zie Procedure N°5)
4.3. Shocktekenen met vasodilatatie of koorts
- Zoeken naar blootstelling aan een allergeen (anafylaxie) of naar temperatuur (sepsis).
- Houding van de patiënt: zittend of halfzittend
- Zuurstoftherapie: 15 l/min via non-rebreathing masker 100 %
- Ademhalingsondersteuning voorbereiden
- Vulling NaCl 0,9 % 500 ml en plasmavervanger indien BD < 90 mmHg, te hernieuwen. De vitale parameters om de 250 cc of 5 minuten controleren
- Vulling bij het kind: plasmavervanger in bolus, met evaluatie tussen de bolussen.
- ½ A° Epinefrine (Adrenaline® 1 mg) SC, zo nodig om de 5 minuten te herhalen.
- Overweeg Methylprednisolon (Solu-Medrol®) 125 mg IVD (vooral bij ademnood)
- Geen verbetering na 1 liter infuus en BD < 90 mmHg: de vulling voortzetten en, na akkoord van de arts, vasopressoren starten tot een BD van 120 mmHg bereikt is.
4.4. Shocktekenen met linkerhartfalen, longoedeem en gestuwde halsvenen
- Zoeken naar een ademhalingsfrequentie > 20, gebruik van de hulpademhalingsspieren, cyanose, bewustzijnsstoornissen
- Houding van de patiënt: zittend of halfzittend, slechts één toegangsweg
- Zuurstoftherapie: 15 l/min via non-rebreathing masker 100 %
- Nitrolingual® 2 pufs indien BD > 100 mmHg
- Furosemide (Lasix®) 1 mg/kg traag IV
- Blijft de BD < 90 mmHg: na akkoord van de arts vasopressoren volgens de aanwijzingen van de MUG-arts, tot een BD van 120 mmHg bereikt is.
- Ademhalingsondersteuning voorbereiden (CPAP – BiPAP).