Handboek › Neurologie & metabool
Hypoglycemie
Hypoglycemie bij volwassene en kind: suikertoediening IV of per os naargelang de dextro en het bewustzijn.
De berekende waarden komen bij de tekst van het handboek, ze vervangen die niet. De gedrukte formule is bepalend.
1. Toepassingsgebied
- Gekende diabeticus
- Onwelzijn van onbepaalde oorsprong + transpiratie + bleekheid
- Bewustzijnsstoornissen of coma van onverklaarde oorsprong
- Geagiteerde, verwarde patiënt
- Hemiplegische patiënt
- Convulsies
2. Specifieke behandeling
Volwassene
- Biologie
- Infuus Glucose 5 % 500 ml
- 10 gram hypertone Glucose IVD inspuiten
- Monitoring (ECG, BD, SpO₂)
- Bij onvoldoende ontwaken en/of dextro < 70 mg/dl na 5 minuten: 10 gram hypertone Glucose IVD inspuiten.
- Zonder toegangsweg: intraossaal overwegen en 10 g suiker geven
- Trage suikers laten eten zodra de patiënt wakker is, want het effect is voorbijgaand.
Kind
- Hypertone glucose: 0,2 g/kg traag IVD, verderzetten met een infuus Glucose 5 %
- Zonder toegangsweg: intraossaal overwegen en 10 g suiker geven
- Trage suikers laten eten zodra het kind wakker is, want het effect is voorbijgaand.
- De patiënt per os suiker geven met de beschikbare middelen (suikerwater, cola, boterhammen…)
- Zo niet, 10 gram hypertone Glucose IVD inspuiten
- Het bewustzijn van de patiënt bewaken.
3. Algemene maatregelen
- Verbetert het bewustzijn niet, dan andere oorzaken opsporen (traumatisch, toxisch, hypoxisch, …)
- Bij bewuste patiënten: nagaan of een ziekenhuisopname nodig is (contact met de referentiearts). Blijft de patiënt ter plaatse, contacteer dan zo mogelijk de behandelend arts voor opvolging.