ASA (Aspirine® 160 tot 300 mg per os of Aspegic® 500 mg IVD) indien de patiënt geen salicylaten neemt en niet allergisch is voor aspirine3. Specifieke behandeling bij het coronair syndroom
Geen acetylsalicylzuur en geen anticoagulantia in de prehospitaalfase.Hoofding
Er bestaat geen specifieke prehospitaalbehandeling van het CVA. In het bijzonder: geen acetylsalicylzuur en geen anticoagulantia geven.4. Specifieke behandeling bij CVA
Denk aan een oedeem van Quincke bij duidelijke allergische verschijnselen: Epinefrine (Adrenaline®) SC 0,01 ml/kg puur, max 0,3 ml, zo nodig herhaalbaar na 20 min3. Specifieke behandelingen
Aërosol Levorenine (Adrenaline® amp 1 mg/1 ml): 1 mg in 4 ml NaCl 0,9 %3. Specifieke behandelingen
Bij hevige dyspneu: ½ A° Adrenaline® 1 mg SC of IM in de deltoïdeus, zo nodig te herhalen3. Specifieke behandelingen
Bij uitputting: 1 A° Adrenaline® 1 mg + 19 ml NaCl 0,9 %, 1 ml IVD om de 2 min toedienen tot verbetering; zo niet het intubatiemateriaal klaarleggen voor de MUG-arts3. Specifieke behandelingen
½ A° Adrenaline® 1 mg SC, om de 5 minuten te herhalen3. Specifieke behandelingen
Zodra er een IV-weg is: 1 A° Adrenaline® verdund in 19 ml NaCl 0,9 %, 0,05 mg IVD toedienen en herhalen tot de pols voelbaar is3. Specifieke behandelingen
Spuitpomp met Adrenaline® verdund in 19 ml NaCl 0,9 %, 1 tot 10 mg/h3. Specifieke behandelingen
Epinefrine (Adrenaline®) bij gebrek aan een pace of indien verantwoord (2 A° verdund via spuitpomp, debiet volgens de respons).3. Specifieke behandeling, te bespreken na doorsturen van het ECG
1 A° Atropine® (0,5 mg/1 ml) IVD, indien geen glaucoom, 1 × te herhalen volgens de respons.3. Specifieke behandeling, te bespreken na doorsturen van het ECG
Is Atropine® niet werkzaam of is er hypotensie: na akkoord van de MUG-arts vasopressoren en plasmavervanger.3. Specifieke behandeling, te bespreken na doorsturen van het ECG
Zijn Atropine en vulling niet werkzaam: een transthoracale Pace plaatsen, in te stellen volgens de respons van de HF.3. Specifieke behandeling, te bespreken na doorsturen van het ECG
Magnesiumsulfaat (Magnesium sulfaat 1 g/10 ml = 1 A° MgSO₄®) mag gegeven worden bij hardnekkige VT/VF en bij torsades de pointes, of bij verdenking van een digitalisintoxicatie. Dosis: 2 g traag IV (1 min) om de 15 min.Aandachtspunten
Geen verbetering na 1 liter volume en BD < 90 mmHg: de vulling voortzetten en, na akkoord van de arts, vasopressoren starten in de door de MUG-arts voorgeschreven dosis tot een BD van 120 mmHg bereikt is.4. Specifieke behandelingen
Geen verbetering na 1 liter infuus en BD < 90 mmHg: de vulling voortzetten en, na akkoord van de arts, vasopressoren starten tot een BD van 120 mmHg bereikt is.4. Specifieke behandelingen
Blijft de BD < 90 mmHg: na akkoord van de arts vasopressoren volgens de aanwijzingen van de MUG-arts, tot een BD van 120 mmHg bereikt is.4. Specifieke behandelingen
Geen verbetering na 1 liter volume en BD < 90 mmHg: de vulling voortzetten en, na akkoord van de arts, vasopressoren starten in de door de MUG-arts voorgeschreven dosis tot een BD van 120 mmHg bereikt is.4. Specifieke behandelingen
Geen verbetering na 1 liter volume en BD < 90 mmHg: de vulling voortzetten en, na akkoord van de arts, vasopressoren starten in de door de MUG-arts voorgeschreven dosis tot een BD van 120 mmHg bereikt is.4. Specifieke behandelingen
Is Atropine® niet werkzaam of is er hypotensie: na akkoord van de MUG-arts vasopressoren en plasmavervanger.3. Specifieke behandeling, te bespreken na doorsturen van het ECG
Morfinomimeticum (bv. 1 A° Morfine 10 mg) aangevuld tot 10 ml met NaCl 0,9 %, 2 ml IVD, herhaalbaar om de 5 min tot de pijn gestild is + 1 A° Alizapride (Litican®) IVD (50 mg/2 ml)1. Volwassene
1 A° Alizapride (Litican®) IVD bij misselijkheid en braken2. Buikpijn
1 A° Tramadol IVL in 100 ml NaCl 0,9 % + 1 A° Alizapride (Litican®) IVD2. Buikpijn
Morfinomimeticum (1 A° Morfine 10 mg) aangevuld tot 10 ml met NaCl 0,9 %, 2 ml IVD, herhaalbaar om de 5 min tot de pijn gestild is + 1 A° Alizapride (Litican®) IVD3. Verdenking van nierkoliek
Morfinomimeticum (bv. 1 A° Morfine 10 mg) aangevuld tot 10 ml met NaCl 0,9 %, 2 ml IVD, herhaalbaar om de 5 min tot de pijn gestild is + 1 A° Alizapride (Litican®) IVD (50 mg/2 ml)1. Volwassene
Morfinomimeticum (bv. 1 A° Morfine 10 mg) eenmalige dosis van 0,1 mg/kg traag IV over 3 tot 4 min — 1 A° 10 mg/ml + 9 ml NaCl 0,9 % → 0,1 ml = 0,1 mg + Litican® 2 mg/kg PO2. Kind
Altijd monitoring: ECG, SpO₂, BD, AH — en zuurstoftoediening bij een morfinomimeticum.3. Bewaking
Morfinomimeticum (1 A° Morfine 10 mg) aangevuld tot 10 ml met NaCl 0,9 %, 2 ml IVD, herhaalbaar om de 5 min tot de pijn gestild is + 1 A° Alizapride (Litican®) IVD3. Verdenking van nierkoliek
Geef de voorkeur aan synthetische morfinomimetica omwille van hun snellere werking en grotere flexibiliteit in vergelijking met morfine: bijvoorbeeld sufentanil (Sufenta®, 50 mcg/10 ml) aan 0,25 mcg/kg IVD om te beginnen (dus 1 ml per 20 kg geschat gewicht) en titreren volgens de klinische respons (onmiddellijk effect, pijnstillende piek rond 8/10 min).4. Specifieke behandelingen
Geef de voorkeur aan synthetische morfinomimetica omwille van hun snellere werking en grotere flexibiliteit in vergelijking met morfine: bijvoorbeeld sufentanil (Sufenta®, 50 mcg/10 ml) aan 0,25 mcg/kg IVD om te beginnen (dus 1 ml per 20 kg geschat gewicht) en titreren volgens de klinische respons (onmiddellijk effect, pijnstillende piek rond 8/10 min).4. Specifieke behandelingen
Bij T° (frequente oorzaak van convulsies tot 4 jaar): uitkleden, lauw bad of bedekken met een natte doek, Paracetamol-zetpil 15 mg/kg per dosis, licht bedekt vervoeren.3. Specifieke behandelingen
Geef de voorkeur aan synthetische morfinomimetica omwille van hun snellere werking en grotere flexibiliteit in vergelijking met morfine: bijvoorbeeld sufentanil (Sufenta®, 50 mcg/10 ml) aan 0,25 mcg/kg IVD om te beginnen (dus 1 ml per 20 kg geschat gewicht) en titreren volgens de klinische respons (onmiddellijk effect, pijnstillende piek rond 8/10 min).4. Specifieke behandelingen
Geef de voorkeur aan synthetische morfinomimetica omwille van hun snellere werking en grotere flexibiliteit in vergelijking met morfine: bijvoorbeeld sufentanil (Sufenta®, 50 mcg/10 ml) aan 0,25 mcg/kg IVD om te beginnen (dus 1 ml per 20 kg geschat gewicht) en titreren volgens de klinische respons (onmiddellijk effect, pijnstillende piek rond 8/10 min).4. Specifieke behandelingen
Aërosol met Salbutamol (Ventolin® inhalatieoplossing 0,5 %) 0,03 ml/kg max 1 ml met 4 ml NaCl 0,9 %, te herhalen. Budesonide (Pulmicort® 1 flapule 1 mg/2 ml) in aërosol.3. Specifieke behandelingen
Aërosol met Salbutamol (Ventolin® inhalatieoplossing 0,5 %) 0,03 ml/kg max 1 ml met 4 ml NaCl 0,9 %, te herhalen. Budesonide (Pulmicort® 1 flapule 1 mg/2 ml) in aërosol.3. Specifieke behandelingen
Medicamenteuze fixatie indien oncontroleerbaar: 1 A° Droperidol (DHBP®) 5 mg IM (A° van 5 mg/2 ml), eventueel samen met een fysieke fixatie2. Algemene maatregelen indien mogelijk
Lorazepam (Temesta® 4 mg/ml): 2 mg IR bij de zuigeling (< 1 jaar), 4 mg IR bij het oudere kind2. Algemene maatregelen
Bij een nieuwe aanval: Temesta® 1 × herhalen tot een maximale totale dosis van 8 mg2. Algemene maatregelen
Is er snel een infuus beschikbaar, dan mag Lorazepam (Temesta®) IVD gegeven worden in plaats van IR: 2 mg bij de zuigeling (< 1 jaar), 4 mg bij het oudere kind.2. Algemene maatregelen
Naargelang de klinische en psychische toestand van de patiënt: overweeg er een anxiolyse aan toe te voegen, bijvoorbeeld lorazepam (Temesta®, 4 mg/1 ml) in IVD-bolussen van 2 mg, of Temesta Expidet® PO.4. Specifieke behandelingen
Naargelang de klinische en psychische toestand van de patiënt: overweeg er een anxiolyse aan toe te voegen, bijvoorbeeld lorazepam (Temesta®, 4 mg/1 ml) in IVD-bolussen van 2 mg, of Temesta Expidet® PO.4. Specifieke behandelingen
Denk aan een opiaatintoxicatie (heroïne, …): Naloxone (Narcan®) 0,4 mg/1 ml in getitreerde dosis om de diagnose te bevestigen. Overweeg vooraf fixatie.2. Specifieke behandelingen
Biologie, infuus met groot kaliber, zo mogelijk twee (1 L Hartmann). Denk aan de intraossale weg indien de 4 ledematen getroffen zijn.2. Algemene maatregelen
Morfinomimeticum (bv. 1 A° Morfine 10 mg) aangevuld tot 10 ml met NaCl 0,9 %, 2 ml IVD, herhaalbaar om de 5 min tot de pijn gestild is + 1 A° Alizapride (Litican®) IVD (50 mg/2 ml)1. Volwassene
1 A° Tramadol IVL in 100 ml NaCl 0,9 % + 1 A° Alizapride (Litican®) IVD2. Buikpijn
Morfinomimeticum (1 A° Morfine 10 mg) aangevuld tot 10 ml met NaCl 0,9 %, 2 ml IVD, herhaalbaar om de 5 min tot de pijn gestild is + 1 A° Alizapride (Litican®) IVD3. Verdenking van nierkoliek
In alle gevallen, behalve bij brandwonden door lithium, natrium, kalium, magnesium of fosfor: « Cooling » met een diffuse straal volgens de regel van « 3 × 15 »: 15 minuten, op 15 °C, op 15 cm afstand. De getroffen oppervlakken bedekken met kompressen doordrenkt met fysiologisch serum of van het type Watergel®.2. Algemene maatregelen
Pijnstilling meteen, kind: Perfusalgan® 15 mg/kg IVL (flacon = 10 mg/ml) + morfinomimeticum (bv. 1 A° Morfine® 10 mg) eenmalige dosis van 0,1 mg/kg traag IV over 3 tot 4 min — 1 A° 10 mg/ml + 9 ml NaCl 0,9 % → 0,1 ml = 0,1 mg + Alizapride (Litican®) 2 mg/kg IV of per os (1 A° = 50 mg/2 ml)3. Specifieke behandelingen
Vulling NaCl 0,9 % 500 ml en plasmavervanger indien BD < 90 mmHg, te hernieuwen. De vitale parameters om de 250 cc of 5 minuten controleren4. Specifieke behandelingen
Vulling NaCl 0,9 % 500 ml en plasmavervanger 500 ml indien BD < 90 mmHg, te hernieuwen. De vitale parameters om de 250 cc of 5 minuten controleren4. Specifieke behandelingen
Indien de aanval aanhoudt, zich herhaalt of er geen duidelijke verklaring is: biologie, infuus NaCl 0,9 % babybaxter minstens 100 ml2. Algemene maatregelen
Biologie, infuus (te bespreken met de arts, want elke agitatie kan de decompensatie versnellen bij een kind op de grens) NaCl 0,9 % babybaxter minstens 100 ml, bij tekenen van uitputting (volgens SpO₂, AH, bewustzijn)2. Algemene maatregelen
Aërosol met NaCl 0,9 %, te herhalen bij zeer luidruchtige ademhaling, het kind kalmeren3. Specifieke behandelingen
Aërosol met Salbutamol (Ventolin® inhalatieoplossing 0,5 %) 0,03 ml/kg max 1 ml met 4 ml NaCl 0,9 %, te herhalen. Budesonide (Pulmicort® 1 flapule 1 mg/2 ml) in aërosol.3. Specifieke behandelingen
(40 mg + 9 ml NaCl 0,9 % = 1 cc = 4 mg)3. Specifieke behandelingen
Aërosol Levorenine (Adrenaline® amp 1 mg/1 ml): 1 mg in 4 ml NaCl 0,9 %3. Specifieke behandelingen
Bij uitputting: 1 A° Adrenaline® 1 mg + 19 ml NaCl 0,9 %, 1 ml IVD om de 2 min toedienen tot verbetering; zo niet het intubatiemateriaal klaarleggen voor de MUG-arts3. Specifieke behandelingen
Zodra er een IV-weg is: 1 A° Adrenaline® verdund in 19 ml NaCl 0,9 %, 0,05 mg IVD toedienen en herhalen tot de pols voelbaar is3. Specifieke behandelingen
Spuitpomp met Adrenaline® verdund in 19 ml NaCl 0,9 %, 1 tot 10 mg/h3. Specifieke behandelingen
Zodra de lucht het fysiologisch serum in de spuit doet borrelen: de kraan draaien om de lucht af te voeren.3. Techniek
Zodra de lucht het fysiologisch serum in de spuit doet borrelen: de katheter ter plaatse laten en de naald en de spuit terugtrekken; de lucht onder druk laten ontsnappen. Een Heimlich-klep aanbrengen (of een steriele handschoenvinger, aan beide uiteinden doorboord).3. Techniek
Vulling NaCl 0,9 % 500 ml en plasmavervanger indien BD < 90 mmHg, te hernieuwen. De vitale parameters om de 250 cc of 5 minuten controleren4. Specifieke behandelingen
Vulling bij het kind: plasmavervanger in bolus, 20 ml/kg, met evaluatie tussen de bolussen.4. Specifieke behandelingen
Vulling NaCl 0,9 % 500 ml en plasmavervanger 500 ml indien BD < 90 mmHg, te hernieuwen. De vitale parameters om de 250 cc of 5 minuten controleren4. Specifieke behandelingen
Vulling bij het kind: plasmavervanger in bolus, met evaluatie tussen de bolussen.4. Specifieke behandelingen
Is Atropine® niet werkzaam of is er hypotensie: na akkoord van de MUG-arts vasopressoren en plasmavervanger.3. Specifieke behandeling, te bespreken na doorsturen van het ECG
Transthoracale Pace (zie Procedure N°6), in te stellen volgens de respons van de HF en de BD, en vullen met plasmavervanger 500 ml volgens de BD3. Specifieke behandeling, te bespreken na doorsturen van het ECG
Bij inhalatie van dampen of rook: halfzittende houding, O₂ 15 l/min via non-rebreathing masker. Bij verdenking van cyanide-intoxicatie: Cyanokit toedienen.2. Algemene maatregelen
In alle gevallen, behalve bij brandwonden door lithium, natrium, kalium, magnesium of fosfor: « Cooling » met een diffuse straal volgens de regel van « 3 × 15 »: 15 minuten, op 15 °C, op 15 cm afstand. De getroffen oppervlakken bedekken met kompressen doordrenkt met fysiologisch serum of van het type Watergel®.2. Algemene maatregelen