Handboek › Technische procedures
Tracheale uitzuiging
Vrijmaken van de luchtwegen door tracheale uitzuiging: techniek stap voor stap en voorzorgen op het vlak van zuurstoftoediening.
1. Toepassingsgebied
In bepaalde situaties kan de respiratoire insufficiëntie van een patiënt veroorzaakt of verergerd worden door de ophoping van bronchiale secreties in de hoge luchtwegen. In dat geval moeten de luchtwegen van de patiënt vrijgemaakt worden vóór de andere behandelingen worden voortgezet. Dat veronderstelt het gebruik van aërosoltherapie, ademhalingskinesitherapie en tracheale uitzuiging.
2. Techniek
De sonde voorzichtig in de keelholte inbrengen en een ademhalingsbeweging benutten om ze in de trachea te schuiven, ZONDER uit te zuigen:
- De positie nagaan door los te koppelen of uit te zuigen (de ingeademde lucht passeert door de sonde); zit men niet in de trachea, herhaal dan de handeling.
- Een eventuele oplossing instilleren volgens medisch voorschrift.
- De sonde dieper in de trachea schuiven, met het hoofd van de patiënt naar rechts gedraaid om in de linker hoofdbronchus te komen en omgekeerd (niet altijd mogelijk).
- De sonde voorzichtig terugtrekken terwijl men uitzuigt en kleine draaibewegingen rond haar as maakt, om het volledige oppervlak van de bronchus te bereiken.
- Zo vaak als nodig herhalen en de sonde telkens spoelen met steriel fysiologisch serum.
- De sonde weggooien en de leiding spoelen met de steriele oplossing.
Voorzorgen
- Vóór elke uitzuiging kan men, indien de aandoening en de toestand van de patiënt het toelaten, de patiënt op één zij leggen en de thorax aan de andere zijde doen trillen, en daarna van zijde wisselen.
- Ook vóór de uitzuiging zorgt men ervoor de patiënt te hyperoxygeneren. De zuurstoftoediening wordt tijdens de handeling aangehouden en de saturatie van de patiënt wordt nauwlettend bewaakt.
- Laat elke tracheale uitzuiging volgen door een faryngeale uitzuiging.