Handboek › Traumatologie & brandwonden
Amputatie, verplettering, verscheuring
Traumatische amputaties, verpletteringen en verscheuringen van ledematen: knelverband uit principe, meteen morfinomimetica, bewaren van het geamputeerde segment.
De berekende waarden komen bij de tekst van het handboek, ze vervangen die niet. De gedrukte formule is bepalend.
1. Toepassingsgebied
Betreft patiënten met traumatische amputaties, verpletteringen of verscheuringen van de ledematen.
2. Prioriteiten
- ABC
- Herkennen van de shocktekenen
- Zoeken naar een bloeding
- Het slachtoffer in veiligheid brengen indien het niet beknel zit
3. Algemene maatregelen
- Primaire evaluatie. Anamnese.
- MUG-versterking laten vragen (of bevestigen) via C100, behalve eventueel wanneer het letsel niet verder reikt dan de pols of de enkel.
- Stelpen van de bloeding: naargelang de ernst een drukverband of een tourniquet bij amputatie en/of niet te stelpen bloeding.
- Bij amputaties van de bovenste ledematen en het onderbeen volstaat doorgaans een bloeddrukmanchet opgeblazen tot 200 mmHg.
- Voor amputaties van de dij: een riem gebruiken.
- Monitoring (ECG, BD, SpO₂), O₂ 15 l/min via non-rebreathing masker
- Biologie, infuus (twee toegangswegen met groot kaliber)
- Bij bewusteloosheid: aangepast luchtwegbeheer starten (Procedure N°2). Bij hartstilstand: OP N°22 of 24 toepassen.
4. Specifieke behandelingen
4.1. Compensatie van de eventuele hypovolemie
- Patiënt in rugligging, indien bevrijd.
- Vulling met plasmavervanger indien BD < 90 mmHg, te hernieuwen. De vitale parameters om de 250 cc of 5 minuten controleren.
- Geen verbetering na 1 liter volume en BD < 90 mmHg: de vulling voortzetten en, na akkoord van de arts, vasopressoren starten in de door de MUG-arts voorgeschreven dosis tot een BD van 120 mmHg bereikt is.
- Vulling bij het kind: plasmavervanger in bolus, 20 ml/kg, met evaluatie tussen de bolussen.
4.2. Sedatie, anxiolyse en antibiotica
- Meteen morfinomimetica.
- Geef de voorkeur aan synthetische morfinomimetica omwille van hun snellere werking en grotere flexibiliteit in vergelijking met morfine: bijvoorbeeld sufentanil (Sufenta®, 50 mcg/10 ml) aan 0,25 mcg/kg IVD om te beginnen (dus 1 ml per 20 kg geschat gewicht) en titreren volgens de klinische respons (onmiddellijk effect, pijnstillende piek rond 8/10 min).
- Naargelang de klinische en psychische toestand van de patiënt: overweeg er een anxiolyse aan toe te voegen, bijvoorbeeld lorazepam (Temesta®, 4 mg/1 ml) in IVD-bolussen van 2 mg, of Temesta Expidet® PO.
- Antibiotica: Cefazoline, eenmalige dosis van 2 g.
4.3. Verzorging van de patiënt en van het geamputeerde segment
- De verscheuring (of de stomp) bedekken met steriele en zo nodig drukkende kompressen.
- Vacuümspalk « ter immobilisatie en bescherming » indien aangewezen.
4.4. Oriëntatie van de patiënt
- Behoudens uitzonderlijke omstandigheden gebeurt de oriëntatie van de patiënt naar de dichtstbijzijnde SUS die de patiënt in zijn geheel kan behandelen (polytrauma, bijkomend schedeltrauma, enz.).
- Een amputatie, welke ook, rechtvaardigt nooit een primair-secundair transfer over lange afstand.